Het was herfst 1994. Mart Smeets dolde op een klein, zonovergoten pleintje in Frankrijk samen met wat wielrenners, over winnen, einde loopbaan, de kwaliteit van koffie en geluk binnen de familie. Doodnormale onderwerpen, bijna hinderlijk onderbroken omdat de renners een klassieker moesten gaan rijden en Smeets commentaar moest gaan geven. Weer een jaar vol reportages, columns, beschrijvingen en indrukken over sport ging voorbij. Sport stopt nooit en stilstand is achteruitgang en fataal voor het presteren van een sportman. Smeets zelf moest wel even stilstaan in 1994. Ook hij vond dat nauwelijks aanvaardbaar. Een kleine heelkundige ingreep noopte hem tot passen op de plaats en de wens er stukken beter uit te komen, zeker toen 'wakker Nederland' moest geloven dat Mart Smeets er ernstig aan toe was. Hij schreef daar voor deze bundel een indringend verhaal over. Ook na dat dollen met die wielrenners voelde Smeets zich stukken beter, zoals eigenlijk voortdurend als hij zich met sport kan bezighouden.
Van Mart Smeets verschenen eerder Rugnummers en ingevette benen, Stoempen, snot en sterven, Net echte mensen, Kopmannen en waterdragers, Het Dream Team, Behoorlijk getikt en Door naar de volgende ronde.